In de logistieke dienstverlening is het niet ongebruikelijk om jarenlang samen te werken zonder de samenwerking te formaliseren met een schriftelijke overeenkomst. Vaak neemt de verlader contact op met de logistieke dienstverlener als hij hem nodig heeft, waarbij de hoofdlijnen van de opdracht per telefoon of e-mail wordt bevestigd. Als de logistieke dienstverlener daarbij zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaart en er wat prijsafspraken over de e-mail gaan, dan zal het ontbreken van de schriftelijke overeenkomst op dagelijkse basis niet snel tot problemen leiden.

Het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst betekent niet dat de samenwerking helemaal vrijblijvend is en zomaar kan worden beëindigd. Vaak is dit niet het geval en moet er in ieder geval een redelijke opzegtermijn in acht worden genomen. Hoe lang die is, hangt af van de omstandigheden van het geval. Het niet-inachtnemen van een redelijke termijn kan een verlader duur komen te staan, zo ondervond recent ook een verlader uit Hardenberg.

De verlader in kwestie werkte al jarenlang samen met een vaste vervoerder. Aanvankelijk lagen hier jaarcontracten aan ten grondslag, maar het laatste contract had als einddatum 31 mei 2007. De samenwerking was daarna zonder contract voortgezet, waarbij jaarlijks over de prijs werd onderhandeld. Omdat partijen het niet eens konden worden over een nieuwe structuur, heeft de verlader op 4 november 2009 te kennen gegeven de samenwerking te beëindigen met ingang van 1 februari 2010. De vervoerder liet het hier niet bij zitten en stapte naar de rechter. Bij de rechtbank ving de vervoerder nog bot, maar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden stelde hem vorige week alsnog in het gelijk.

Het hof overwoog daarbij dat uit de jaarlijkse prijsonderhandelingen niet volgde dat er ieder jaar een nieuwe overeenkomst gesloten werd. Volgens het hof was er sprake van een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd die in beginsel opzegbaar is. Na afweging van de omstandigheden van het geval – waarbij het hof specifiek wijst op de lange samenwerking tussen partijen en de grote investeringen die de vervoerder had gedaan ten behoeve van de relatie – komt het hof tot de conclusie dat een opzegtermijn van vijf maanden redelijk was geweest. De termijn van drie maanden die de verlader had gehanteerd was dus twee maanden te kort. Dit kwam de verlader duur te staan: hij moet een schadevergoeding betalen van maar liefst EUR 111.412,34!

Overweegt u om een samenwerking geheel of gedeeltelijk te beëindigen? Laat u dan goed adviseren over de mogelijkheden en de in acht te nemen termijnen. Dat kan u veel geld schelen.

Dit artikel verscheen eerder in uitgebreide vorm in Globe! het magazine van Fenedex: