Ik schreef al diverse malen over het opzeggen van samenwerkingen in de logistiek (bijvoorbeeld hier). De strekking is dat een langdurige samenwerking veelal niet zomaar kan worden beëindigd. De redelijkheid en billijkheid kunnen met zich brengen dat opzegging alleen maar mogelijk is met inachtneming van een redelijke opzeggingstermijn of pas na betaling van schadevergoeding.

Samenwerkingen kunnen natuurlijk ook gewoon eindigen omdat partijen geen overeenstemming bereiken over een nieuw contract. Ook dat kan leiden tot interessante geschillen.

Onderhandelingen lopen spaak
Een logistiek dienstverlener werkte al 16 jaar voor een opdrachtgever. De gesprekken over een nieuw contract liepen al enkele maanden, toen de opdrachtgever besloot om met een ander in zee te gaan. De logistiek dienstverlener meende dat dit niet kon en startte een kort geding procedure. Daar kreeg hij geen gelijk en dus probeerde hij het hogerop.

Het arrest van het gerechtshof Den Haag vindt u hier: Gerechtshof Den Haag 9 juni 2020 (Nedcargo / Wessanen).

Overeenstemming
De logistiek dienstverlener stelde dat er overeenstemming was over een nieuw langdurig contract dat de opdrachtgever moest nakomen. Over de duur, de tarieven, de werkzaamheden waren partijen het immers eens. De rest was volgens de logistiek dienstverlener een kwestie van uitwerking.

De opdrachtgever zag dat anders. In de onderhandelingen was uitdrukkelijk gesproken over het belang van goede KPI’s en bijbehorende bepalingen over meetmethodes, boetes en opt outs. In de laatste (concept)versie van de Overeenkomst Logistieke Dienstverlening – waarin de overeenstemming volgens de logistiek dienstverlener was belichaamd – was daarvoor nog niets opgenomen.

Dat de logistiek dienstverlener op zich wel bereid was om die afspraken te maken en daar geen problemen verwachtte, dat mocht hem niet baten. Het was duidelijk dat partijen het over de KPI’s en de boetebepaling nog niet eens waren. Omdat die punten voor de opdrachtgever zodanig wezenlijk waren, oordeelde het gerechtshof Den Haag dat zonder overeenstemming op die punten, geen sprake kon zijn van een perfecte (nieuwe) overeenkomst.

Afbreken van onderhandelingen
Soms zijn partijen zo dicht bij een overeenkomst, dat zij niet zomaar van de onderhandelingstafel mogen lopen. Doen zij dat wel, dan zijn zij schadeplichtig. Soms voor het negatief contractbelang (de kosten gemoeid met de onderhandelingen), soms zelfs voor het positief contractbelang (gederfde winst). Dat kan dus flink oplopen.

De logistiek dienstverlener deed dan ook subsidiair – dus voor het geval zijn primaire vordering niet zou slagen – een beroep op het onrechtmatig afbreken van onderhandelen. Helaas voor de logistiek dienstverlener ligt de drempel voor deze vordering vrij hoog. In het standaardarrest CBB/JPO (Hoge Raad 12 augustus 2005 (CBB / JPO)) heeft de Hoge Raad als maatstaf gegeven dat een partij,

“(…) vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het totstandkomen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. (…)”

Dat de onderhandelingen al in dusdanig stadium waren dat afbreken “onaanvaardbaar” is, dat heeft de logistiek dienstverlener niet kunnen aantonen. Dat lijkt mij ook lastig te betogen als een wezenlijk aspect in het geheel nog niet besproken is. De opdrachtgever mocht dus van tafel lopen en met een ander in zee gaan.

Toch een opzegging?
Mogelijk zag de advocaat van de logistiek dienstverlener de bui al hangen, want uit het arrest blijkt dat hij bij pleidooi in het hoger beroep nog met een nieuwe grondslag kwam. De bestaande (oude) overeenkomst zou onrechtmatig zijn opgezegd door de opdrachtgever. Het hof ziet hier niets in. Deze nieuwe stelling sluit ook niet aan op de primaire stelling dat er na maandenlange onderhandelingen een nieuw contract tot stand zou zijn gekomen.

Meer weten over het afbreken van onderhandelingen of het beëindigen van (logistieke) relaties? Wij van Eager hebben ruime ervaring en denken graag eens met u mee. Misschien wel juist het begin van een samenwerking?